Hoe staat het met de afstemming van het DKO op het amateurkunstenveld?

Het decreet over het deeltijds kunstonderwijs (DKO) uit 2018 wilde het onderwijsaanbod beter afstemmen op de behoeften van een breder publiek. Eén van de vernieuwingen was een nauwere samenwerking tussen de academie en het lokale amateurkunstenveld. Nu publiceert het Rekenhof een studie met de eerste resultaten van deze hervormingen. Sluiten DKO-opleidingen effectief beter aan op leerbehoeften en lokale noden? Werd het DKO toegankelijker? En wat valt er te leren over de afstemming tussen DKO en amateurkunsten? Op donderdag 17 maart 2022 boog de Commissie Onderwijs van het Vlaams Parlement zich over deze bevindingen.

VLAMO Gitaardag c Inti De Maest

(c) Inti De Maest voor VLAMO (Gitaardag)

Aanbod opleidingen geactualiseerd

Sinds 2018 kregen de opleidingen van het deeltijds kunstonderwijs een update, soms mee onder impuls van de amateurkunstenorganisaties. Nieuwe opleidingen – zoals bijvoorbeeld DJ of muziekproductie – en verkorte of verlengde trajecten moesten inspelen op de behoeften van leerlingen om meer op maat lessen te volgen. Volgens het Rekenhof worden deze mogelijkheden nog onderbenut. De academies geven aan dat ze door een gebrek aan middelen en geschikte infrastructuur niet altijd aan alle behoeften kunnen voldoen. De spreiding van de academies over heel Vlaanderen is wel verbeterd, behalve voor het domein dans.
De komende maanden bekijken de amateurkunstenorganisaties en vertegenwoordigers uit het DKO op welke manier samenwerking kan leiden tot een betere invulling van de lokale noden, door bijvoorbeeld infrastructuur te delen of programmatie af te stemmen.

Over het muurtje van de alternatieve leercontext

Academies en amateurkunsten kennen een lange traditie van samenwerken: samen producties creëren, uitwisseling van dirigenten en docenten, toeleiding in beide richtingen,… Het rapport van het Rekenhof focust echter enkel op de samenwerking in de vorm van de alternatieve leercontext (ALC), waarbij een DKO-leerling een deel van de opleiding kan afleggen bij een lokale amateurkunstenvereniging of kunstenaar. Vandaag biedt bijna de helft van de academies deze alternatieve leercontext aan. En hoewel het aantal leerlingen dat hiervan gebruik maakt zich beperkt tot 1%, zien we dat aantal sinds 2018 elk schooljaar groeien (van zo'n 1500 leerlingen in 2018-2019 naar ongeveer 2300 in 2020-2021) . Vooral in het domein muziek wordt deze optie vaak gekozen. In de andere domeinen blijken de drempels nog te hoog.
"Het DKO en de amateurkunsten zijn natuurlijke gesprekspartners."
Minister van Onderwijs Ben Weyts
Minister van Onderwijs Ben Weyts (N-VA) geeft aan dat er nog inspanningen nodig zijn om de alternatieve leercontext in alle domeinen te stimuleren. Hij wijst op het belang van uitwisseling van goede praktijken. In de toekomst exploreren de amateurkunstenorganisaties samen met het DKO de mogelijkheden, met respect voor de eigenheid van beide sectoren. Maar ook de vele samenwerkingsmogelijkheden buiten de ALC moeten we verder ontginnen en nog meer in kaart brengen. Het inspiratieboek deeltijds kunstonderwijs van het Departement Onderwijs en Vorming bood reeds een staalkaart van opties.

Toeleiding naar het deeltijds kunstonderwijs

Zo’n 175.000 leerlingen in Vlaanderen volgen een opleiding aan 167 academies in vier verschillende domeinen: beeldende en audiovisuele kunsten, dans, muziek en woordkunst-drama. Hoewel het DKO sinds de hervorming inclusiever is geworden en meer mogelijkheden biedt voor kansarme jongeren, blijkt hun participatiekans nog altijd een pak kleiner.
"Een laagdrempeliger, kortlopender, vrijblijvender aanbod kan een tussenstap bieden naar het DKO."
Uit het rapport van het Rekenhof
In het rapport herhaalt het Netwerk tegen Armoede een aantal beleidsaanbevelingen. Zo is er nood aan meer outreachend werken, projecten op locatie en initiaties buiten de academie. Een informeler, laagdrempeliger, kortlopender, vrijblijvender aanbod kan een tussenstap bieden naar het reguliere DKO-aanbod. Ook beleidsdomeinoverschrijdende samenwerking en brugfiguren tussen de academie en lokale spelers kunnen een rol spelen. Alle aanbevelingen zijn te vinden op p. 43 van het rapport. Lokale amateurkunstengroepen en kunstenaars kunnen bijdragen om deze aanbevelingen te verwezenlijken, en toe te leiden naar de lokale academie.

Samen naar de toekomst kijken

Het deeltijds kunstonderwijs en het amateurkunstenveld staan voor gemeenschappelijke uitdagingen. De komende maanden zetten vertegenwoordigers van beide sectoren in op kennisdeling en good practices. Op welke manier kunnen we elkaar versterken, en hoe kunnen we de drempels tot samenwerking wegwerken? Zo kunnen we samen tot een beter aanbod komen op maat van de behoeften van lokale amateurkunstenaars.
Minister van Onderwijs Ben Weyts besluit dat het rapport van het Rekenhof een goede aanzet biedt voor de beleidsevaluatie van het DKO-decreet, die vanaf september 2022 op de agenda staat. Daarbij moet er ook aandacht gaan naar de impact van corona op de academies en de resultaten van het rapport.