Raakpunten en verschillen. ECRU en Avansa Limburg in gesprek.

Continu een boost geven aan het Limburgse cultuurveld. Daar gaan Avansa Limburg en IGS ECRU telkens opnieuw voor. Elk op hun eigen manier, rekening houdend met de maatschappelijke uitdagingen en noden ter plaatse. Wat typeert hun werking en waar weten de leading ladies, Greet Poelmans en Leen Gos, elkaar te vinden?

Leen over Greet: “Greet kan heel eerlijk, helder en snel benoemen waar het op staat. Zo kan je meteen verder en daar hou ik wel van.”

Greet over Leen: “Leen is ultiem diplomatisch wat niet altijd simpel is. Ook bij teleurstellend nieuws, weet Leen een alternatieve weg te tonen.”

Foto 2 Greet Leen
Keicontent met mijn duopartner,” klonk het enthousiast bij de vraag om een interview. Greet en Leen houden er een vrij hecht contact op na, ook al kennen ze elkaar nog niet zo lang en voornamelijk van het computerscherm. De bal ging aan het rollen toen Greet gevraagd werd als jurylid voor de ECRU-projectsubsidies. Een financiële impulslijn tot 5.000 euro voor culturele projecten over gemeentegrenzen heen. “Al snel merk je dan, dit is een persoon die veel over sociaal-cultureel werk weet en een groot netwerk heeft. Er was ook meteen een persoonlijke klik waardoor ik makkelijk de telefoon neem om iets te vragen over vrijwilligersvergoedingen bijvoorbeeld,” vertelt Leen. Of omgekeerd zegt Greet: “bij erfgoed denken wij heel snel aan ECRU.” ECRU overkoepelt namelijk twee deelwerkingen: de bovenlokale cultuurwerking (nieuw sinds het decreet Bovenlokaal cultuurwerk in 2020) en de erfgoedcel die al langer bestaat. Kennis en expertise delen, inspireren en mensen toeleiden naar cultuur. Dat is ECRU in een notendop. Qua regio covert Leen met haar team As, Beringen, Genk, Heusden-Zolder, Houthalen-Helchteren, Maasmechelen en vrij recent ook Leopoldsburg.

Samenwerken zit in jullie DNA. Hoe uit zich dit concreet? Wie wordt daar beter van?

Leen: “Avansa Limburg heeft veel kennis in huis. Daarnaast hebben zij een breed netwerk van goede lesgevers. Momenteel organiseren we samen een opleidingsreeks over het opmaken van projectbegrotingen. Hun Vrijwilligersacademie biedt opportuniteiten om samen dingen te doen.” “Midden mei vindt Atelier in Beeld, een initiatief van KUNSTWERKT, ook in onze provincie plaats,” vult Greet aan. “ECRU spreekt kunstenaars aan om hun werkplek open te stellen, de aanbodzijde laat ons maar zeggen. Wij met Avansa maken mee promo en organiseren een bustour voor het publiek.” Leen: “Ook het bovenlokaal cultuurproject Beleving van het Limburgs Volkskundig Genootschap verbindt ons. De voorbeelden blijven maar komen, als ik er zo over nadenk. In elk geval, met onze werking willen wij lokaal talent uit de regio stimuleren, podiumkansen bieden en kansengroepen bij cultuur betrekken. En daar vinden we elkaar.”

Het beleid daagt Avansa’s uit om een verbindende rol op te nemen, expliciet aan de slag te gaan rond regionale noden en participatief te werken. Waarin onderscheiden jullie werkingen zich van elkaar?

Greet: “Wij richten ons vooral op deelnemers. We willen zoveel mogelijk mensen betrekken bij cultuur en zetten in op de participatie van publieken. Daarin zijn we erg complementair. ECRU focust eerder op cultuuraanbieders of kunstenaars vanuit een bestuurlijke logica. Zij bieden eerder zakelijke ondersteuning. Avansa legt educatieve klemtonen waarmee we voornamelijk vrijwilligers willen versterken of de persoonlijke ontwikkeling voeden. Dat vult elkaar mooi aan.” Leen: “De doelgroep van Avansa gaat veel breder dan die van ons.” Ook qua partners heeft Avansa een ruimer bereik. Denk maar aan de centra voor basiseducatie, samenlevingsopbouw, armoedeverenigingen , enz. Het gaat verder dan de klassiek cultuurpartners. ECRU op haar beurt creëert meerwaarde door bruggen te slaan tussen verschillende kunstorganisaties en door te werken op het continuüm van amateurkunstenaar tot professionele speler. Daarin neemt ECRU een coördinerende rol op.

Hoe vertaalt die regierol, een opdracht van het bovenlokaal decreet, zich in de praktijk?

Leen: “We zien het als een verplichting om onze ogen open te houden en altijd te kijken: wie hebben we in het veld? Wat loopt goed en wat loopt minder. Wij vullen de regierol in door problemen te durven benoemen. Door naar politici te durven stappen en helder de pijnpunten aan te kaarten. Wij zijn in gesprek gegaan met Limburgse lokale mandatarissen, maar ook met de gouverneur om te kijken wat in Limburg nodig is en welke organisaties hierin een rol kunnen opnemen.” In die zin, vindt de coördinator het spijtig dat er maar 1 IGS (intergemeentelijk samenwerkingsverband cultuur) in Limburg is. “De mogelijkheid om onderling uit te wisselen ontbreekt daardoor. Ik heb geen ‘peers’ wat betreft bovenlokale cultuurwerking”. Greet: ”Dat komt dan bijvoorbeeld ook tot uiting bij de uitrol van de UiT-pas. Zo’n mooie tool, maar die komt zo traag van de grond. Vanuit gebruikersperspectief zouden de voordelen in heel de provincie moeten gelden. Dit is best wel een zorgenkindje dat me na aan het hart ligt... Publiq zou op dat vlak wat harder mogen trekken.”
Foto 1 Greet Leen

Limburg heeft nog specifieke uitdagingen. Welke?

Greet: “Ik ben echt heel blij dat ECRU erbij gekomen is. Wij blijven, in tegenstelling tot sommige andere Avansa’s heel sterk focussen op het thema cultuur, omdat hier echt nood aan is. Er is een historische achterstand. Onze provincie hinkt achterop qua erkende kunst- of cultuurhuizen, het binnenhalen van subsidies, maar ook als vestigingsplaats voor culturele partners; al komt daar stilaan verandering in.” Leen: “De provinciale steun voor culturele organisaties viel op een bepaald moment helemaal weg. Het is een grote uitdaging voor kleine verenigingen om hun werking om te denken naar de criteria van het bovenlokale decreet, zeker als ze niet veel ervaring hebben met het schrijven van dossiers. Wij moeten samen voldoende op die knop blijven drukken: tonen waar toch mogelijkheden zitten en daarin begeleiden. De vraag is in welke mate dat ook echt haalbaar is voor vrijwilligers om aan vernieuwing en verbreding te doen? Dat vergt tijd.”

Zie je naast drempels ook gemeenschappelijke dromen?

Greet: ”Wij zitten niet frequent samen om de toekomst te bespreken of zo. Ons beleidsplan met keuzes was al af, toen ECRU begon. Maar we hebben wel raakvlakken als het gaat om vrijwilligers, sociaal-artistiek werk of regio-identiteit. Het zou ook interessant zijn om de gespreksonderwerpen van State of the Region er nog eens bij te halen om te zien welke progressie de deelnemers hebben gemaakt en waarin onze organisaties nog kunnen ondersteunen.” Leen: “Vanuit onze regierol probeert ECRU ook pilootprojecten te initiëren. Door nieuwe methodieken binnen te brengen, andere doelgroepen te benaderen of cultuuractoren aan elkaar te koppelen. We genieten daarbij erg veel vertrouwen van onze 7 gemeenten. Ze gunnen elkaar projecten en in ons bestuur zit heel wat visie, met ruimte om verder te verkennen wat mogelijk is.”
20220504kaart limburg en ecru
Ter afronding geeft Leen aan dat ze het sociaal-cultureel veld in Limburg absoluut nog beter wil leren kennen. “Corona heeft ons daarin een beetje getackeld.” Ons eigen subsidiereglement helpt ons om potentiële spelers en hun netwerk beter te leren kennen. Daar is de insteek van Greet die er een brede blik op culturele finaliteit op nahoudt, het levend bewijs van. Succes met jullie verdere parcours. En dank voor dit gesprek.

Meer weten over het intergemeentelijk samenwerkingsverband ECRU? Ontdek de werking hier, of verdiep je in één van hun partnerprojecten: “Heldenverhalen” waar zorg en cultuur hand in hand gaan.

Avansa Limburg beter leren kennen? Scroll door hun website en maak kennis met talrijke activiteiten en projecten.

Elke Verhaeghe Neem contact op met Elke