Betoging lage resolutie web 42

Conceptnota 'Kunst en cultuur voor elke leerling' gewikt en gewogen in de Commissie Cultuur

Dossier: Decreet Amateurkunsten
Dossier: AK en DKO

Cultuurminister Gennez en onderwijsminister Demir publiceerden eerder deze maand hun gezamenlijke conceptnota Kunst en cultuur voor elke leerling. Daarmee willen ze cultuureducatie duurzaam verankeren in het basis- en secundair onderwijs. In de Commissie Cultuur van donderdag 23 april 2026 klonk brede steun voor het plan. Maar er werden ook vragen gesteld over de concrete uitrol. Hoe wordt de expertise van culturele organisaties gevaloriseerd? Blijft de autonomie van kunstenaars gevrijwaard? En welke rol spelen de amateurkunsten en de socioculturele sector in dit verhaal? De Federatie zoomt in op de kansen en de bezorgdheden die deze conceptnota oproept.

Van versnippering naar structuur

Uit eerdere parlementaire discussies in zowel de Commissie Cultuur als de Commissie Onderwijs bleek een breed draagvlak voor een duurzame verankering van cultuureducatie in het onderwijs. Minister Gennez kondigde al aan dat cultuureducatie vandaag te versnipperd is en te vaak afhankelijk van individuele initiatieven. Met de nieuwe aanpak wil ze daar verandering in brengen. 

Krachtlijnen en traject

Om het cultuureducatief aanbod beter af te stemmen op de leerdoelstellingen van onderwijs en de kwaliteit te garanderen, wordt een “evidence informed” kwaliteitskader ontwikkeld. Dat gebeurt samen met experten uit zowel het onderwijs als de cultuursector. Daarnaast komen er twee nieuwe profielen: de cultuureducatoren (= procesbegeleiders) en de cultuurspecialisten (= inhoudelijke experten in de klas). De minister wil hiermee de expertise en de rol van cultuurmakers in de samenwerking met scholen erkennen. Er komt ook een opleidingsaanbod om deze profielen te ondersteunen. Bovendien worden er ondersteuningstrajecten uitgerold om langdurige samenwerkingen tussen scholen en cultuurorganisaties of kunstenaars te stimuleren. Cultuurkuur moet daarbij uitgroeien tot hét centrale digitale platform voor al het cultuureducatief aanbod. 
Demir en gennez

Caroline Gennez en Zuhal Demir. Foto: Vlaams Parlement

De uitrol start in 2026 met de aanstelling van experten die het kwaliteitskader zullen ontwikkelen. Ook in 2026 wordt Cultuurkuur verder uitgebouwd en komt er een overheidsopdracht voor de uitrol van de opleidingen voor de nieuwe profielen. De andere ondersteuningsmaatregelen starten gefaseerd vanaf 2027. In totaal maken de domeinen Cultuur en Onderwijs samen een totaalbudget vrij van 4,8 miljoen euro.

Kunst en cultuur als hefboom

Frederik Sioen (Vooruit) is blij dat er "opnieuw een beleidskader is om van cultuur een vanzelfsprekend onderdeel van het schoolaanbod te maken.” Hij is opgelucht dat er eindelijk een antwoord is op de stopzetting van dynamoPROJECT, die voor heel wat onzekerheid zorgde in het veld. Verder stelde hij gerichte vragen over de rol van cultuurmakers in de plannen, de plek van de socioculturele organisaties, de uitbouw van het platform Cultuurkuur en de concrete timing en evaluatie achteraf.
Ook Manu Diericx (N-VA) schaart zich achter de ambitie om elk kind met cultuur in contact te brengen en benadrukte het belang van onderwijs als democratiserende kracht. Volgens hem is de school vaak de enige plek waar kinderen uit kwetsbare gezinnen cultuur ervaren. Hij steunt de focus op kwaliteit en de plannen om een “evidence-informed” kwaliteitskader op te maken. Hij staat ook achter de opleidings- en professionaliseringstrajecten voor cultuureducatoren en cultuurspecialisten. 
Diericx vraagt zich tegelijk luidop af hoe de ondersteuningstrajecten zullen leiden tot meer structurele samenwerking met de brede Vlaamse cultuursector, en in het bijzonder ook met de amateurkunsten, in wie hij een belangrijke partner ziet. Lokale amateurkunstenverenigingen spelen voor hem een sleutelrol in de doorstroom van cultuureducatie op school naar participatie in de vrije tijd.
“Net zoals we bij sport die sportclub daarin willen betrekken, wil ik ook de lokale amateurkunstenverenigingen maximaal betrokken zien in de cultuureducatie.”
Manu Diericx (N-VA)
Ook Bram Jaques (Groen) vraagt naar de rol van de amateurkunsten in deze plannen. Hij acht de expertise van de amateurkunstenorganisaties cruciaal bij het opstellen van de plannen, zeker ook als het gaat over doorstroom naar de vrije tijd. 
"Ik denk dat er voor cultuureducatie en de doorstroom naar cultuur en vrije tijd nog wat werk is.”
Bram Jaques (Groen)
Minister Gennez erkent die link met buitenschoolse contexten en lokale netwerken en verwijst daarbij naar het Decreet Buitenschoolse Opvang en Activiteiten. Met dit decreet wil de minister kwalitatieve en laagdrempelige buitenschoolse activiteiten stimuleren in samenwerking met o.m. lokale cultuur-, sport- en jeugdinitiatieven. De verantwoordelijkheid voor deze uitrol ligt echter bij de lokale besturen, en de invulling hangt af van elke gemeente en (de kennis van) het lokale aanbod.

Balans tussen onderwijsdoelen en artistieke autonomie

Manu Diericx (N-VA) peilt verder naar de autonomie van het culturele veld in deze plannen, net zoals cd&v-parlementslid Lien Van Dooren: "Hoe wordt het evenwicht behouden tussen onderwijsdoelen en artistieke vrijheid?
Volgens minister Gennez moet het kwaliteitskader net een gedeelde basis creëren zonder de eigenheid van kunstenaars te beperken. Het kader wordt samen met het veld ontwikkeld en opgevolgd in een sectoraal overleg met alle deelsectoren, waaronder amateurkunsten, kunsten, deeltijds kunstonderwijs, erfgoed en cultuureducatief jeugdwerk. Ze erkent daarbij dat zowel onderwijs als cultuur “vrij” moeten kunnen functioneren. 
“Naast de onderwijsdoelstellingen vraag ik ook zeker de cultuursector te blijven ondersteunen en duurzaam te versterken in haar cultuureducatieve ambities.”
Lien Van Dooren (cd&v)
Van Dooren wijst tegelijk op de bijkomende verwachtingen voor de culturele sector. Organisaties moeten voldoen aan het kwaliteitskader en cultuurmakers moeten mogelijks extra opleiding volgen. Ze vraagt zich af hoe deze rol structureel ondersteund wordt en waarschuwt tegelijk voor een te enge invulling en instrumentalisering van cultuur. Voorts vroeg ze zich af hoe de minister zal vermijden dat de nieuwe profielen van "cultuureducator" en "cultuurspecialist" los komen te staan van het bestaande culturele veld.

Naar een gedeelde taal

Minister Gennez benadrukt dat gelijke kansen voor elke leerling hoog op haar prioriteitenlijst staat. Ze ziet cultuur als een krachtig middel om leerdoelen te verdiepen via creatieve technieken. Ze citeert daarbij de eerste alinea van de conceptnota: "Cultuureducatie wordt opgevat als een krachtig beleidsinstrument om kennisconcepten en woordenschat van kennisrijke onderwijsdoelen te verdiepen, verbreden en verankeren via creatieve technieken en vaardigheden.”
De rol van cultuurmakers hierin is volgens haar essentieel, zowel in de opleidingen van de nieuwe profielen als in hun bijdrage aan het kwaliteitskader.
“Er is veel pedagogische en didactische deskundigheid aanwezig bij kunst- en cultuureducatieve organisaties.”
Caroline Gennez (minister van Cultuur)
Daarbij verwijst ze onder meer naar het deeltijds kunstonderwijs, maar ook naar de jeugdpodiumkunstenorganisaties, cultureel erfgoed en naar amateurkunsten. Zo benoemt ze OPENDOEK, die deze zomer de International Teaching Artist Conference en het congrestival "Louder Together" in Antwerpen organiseert. "De ‘teaching artists’ verbinden mensen en ideeën, stimuleren verbeelding en creëren plekken waar verschillen overbrugd worden. Er wordt onderzocht hoe kunst gemeenschappen sterker, inclusiever en veerkrachtiger maakt.”
Het kwaliteitskader moet een gezamenlijk kader uitbouwen voor al deze praktijken uit de verschillende deelsectoren. 
“De beide werelden en talen van het onderwijsveld en de cultuursector dichter bij elkaar brengen in een kwaliteitskader is nu de voornaamste uitdaging.”
Caroline Gennez (minister van Cultuur)

Wat met concrete ondersteuning?

De investering van 4,8 miljoen euro is aanzienlijk en wordt positief onthaald, maar het wegvallen van dynamoPROJECT blijft een pijnpunt. Die subsidie bood laagdrempelige steun voor tijdelijke samenwerkingen tussen scholen en cultuurmakers.Bram Jaques (Groen) noemt het verdwijnen ervan problematisch: "Het werk van dynamoPROJECT ging zonder evaluatie de vuilbak in". Lien Van Dooren (cd&v) benadrukt daarbij dat de culturele sector blijvend ondersteund moet worden, zeker gezien de extra verwachtingen.
De vraag is of de structurering van het cultuureducatief aanbod in het onderwijs ook effectief kan uitgroeien tot een hefboom voor zowel scholen als culturele organisaties en kunstenaars om sterker in te zetten op cultuureducatie.

De bespreking maakt duidelijk dat er politieke eensgezindheid bestaat over het belang van cultuureducatie, maar dat de concrete uitwerking van de conceptnota nog veel open vragen bevat. Het is cruciaal dat de expertise van de brede cultuursector effectief wordt meegenomen in het kwaliteitskader en de nieuwe profielen. Zonder die betrokkenheid dreigt cultuureducatie net afhankelijk te blijven van losse initiatieven en goodwill. Daarbij moet er aandacht gaan naar de bijkomende verwachtingen die gesteld worden aan culturele organisaties en kunstenaars.

 

Ook de doorstroom naar de vrije tijd is essentieel om cultuureducatie te verduurzamen. Wie proeft op school, moet buiten schooltijd verder aan de slag kunnen. Daarom is het van belang om sectoren zoals amateurkunsten, deeltijds kunstonderwijs en sociaal-cultureel werk, in een vroeg stadium te betrekken bij de uitrol van de plannen.

 

De dubbele finaliteit – kunst en cultuur naar school brengen, maar ook leerlingen laten doorstromen naar kunst en cultuur in de vrije tijd – ontbreekt momenteel in de conceptnota. De sector is alvast vragende partij om haar expertise hierrond te delen. 

Het volledige debat herbekijken kan op de website van het Vlaams Parlement

Hier lees je de integrale conceptnota "Kunst en cultuur voor elke leerling".