Verenigingswerk 2.0: kamerbrede steun, maar nog steeds geen oplossing voor de socio-culturele sector

De wetgeving rond het verenigingswerk werd in het voorjaar 2020 door het Grondwettelijk Hof vernietigd. Een uitdoofscenario werd voorzien tot eind 2020. Een tijdelijke noodoplossing, in afwachting van een duurzaam alternatief, kreeg vlak voor de kerstvakantie vorm in de wet van 24 december 2020 betreffende het verenigingswerk 2.0. Een wet die in eerste instantie beperkt werd tot de sportsector. Voor de amateurkunstensector en de sociaal-culturele sector werd door minister Vandenbroucke enkel de ambitie geuit om snel in overleg te gaan en om in februari ook voor deze sectoren zicht te hebben op een oplossing. Deze ambitie werd door verschillende parlementsleden uit de meerderheid, zowel vanuit Open VLD, MR, Groen, sp.a en CD&V, expliciet onderschreven. Ondertussen is het begin maart en wachten we nog op een concrete oplossing.

Verenigingswerk, wat was dit ook alweer?

Het systeem van verenigingswerk liet bepaalde groepen mensen toe om onbelast iets bij te verdienen voor enkele specifieke taken in onder meer de amateurkunstensector, het sociaal-cultureel werk en de sportsector. De initiële regeling voor het verenigingswerk werd echter vernietigd door het grondwettelijk hof. Gezien de reële nood in deze sectoren werd in het recente federaal regeerakkoord expliciet een oplossing opgenomen voor het wegvallen van het verenigingswerk. Omdat 1 januari kort dag was, pleitte minister Vandenbroucke voor een tijdelijke noodoplossing terwijl er gewerkt zou worden aan een meer duurzame oplossing. Vlak voor de kerstvakantie werd echter duidelijk dat er voorlopig enkel voor de sportsector een tijdelijke oplossing uit de bus zou komen. De amateurkunsten- en de sociaal-culturele sector dienden nog even te wachten dus.

Kamerbrede steun, maar nog steeds geen witte rook

In het federale parlement werd door zowel meerderheid als oppositie al meerdere keren het belang van een oplossing voor de socio-culturele sector naar voor geschoven. Zo gaf minister Vandenbroucke op vraag van kamerleden Nahima Lanjri (CD&V) en Carla Dejonghe (Open Vld) midden januari nog aan dat de regering heeft beslist om ook het overleg op te starten met vertegenwoordigers van de socioculturele sector in de brede zin, om tegen begin februari 2021 te onderzoeken of en hoe ze bij de regeling voor de sportsector kunnen aansluiten.
Frank Vandenbroucke
Deze kamerbrede steun voor een snelle oplossing voor de socio-culturele sector werd ook duidelijk na de commissie cultuur van donderdag 4 februari in het Vlaams parlement. Op vraag van Marius Meremans (N-VA) in de commissie Cultuur over het verenigingswerk in de sociaal-culturele en de amateurkunstensector, benadrukte minister Jambon nog eens het belang om ook voor de socio-culturele sector tot een tijdelijke noodoplossing te komen. Ook meneer Meremans gaf aan dat hij hoopt dat die noodoplossing er snel kan komen, om vervolgens een definitieve duurzame regeling te kunnen uitwerken.
Ik hoop dat minister Vandenbroucke het voornemen om naar analogie met de sportsector ook voor de amateurkunsten- en socio-culturele sector een regeling te treffen zeker waarmaakt, want dat is belangrijk.
Minister Jan Jambon
Katia Segers (sp.a) geeft op haar beurt aan dat het goed is dat er een noodwet gemaakt is die garandeert dat er in de sportsector tot het einde van het jaar een oplossing is gevonden. Maar dat het zeer goed zou zijn dat dit ook zou kunnen voor de sociaal-culturele sector. Het is ook voor hen belangrijk om rechtszekerheid te vinden, aldus mevrouw Segers. Ook Orry Van De Wauwer (CD&V) benadrukt dat het belangrijk is om te bekijken wat de sociaal-culturele en de amateurkunstensector nodig hebben. Om het met de woorden van Staf Pelckmans (Groen) te zeggen, het wordt tijd dat dit dossier kan landen.

Dat het lang wachten is op een regeling voor de socio-culturele sector stond op 18 maart ook te lezen in De Standaard.

(hieronder leest u het integrale artikel)

Bijklusregeling in culturele sector laat op zich wachten

Iedereen wil fiscaalvriendelijk kunnen bijklussen en dus moet ook de socioculturele sector wachten. (Christof Vanschoubroek - DS)
Net als trainers en begeleiders in de sportsector, maakten ­‘artistieke en kunsttechnische begeleiders’ tot ­vorig jaar vaak gebruik van een regeling waardoor ze tot 6.000 euro per jaar onbelast konden bijklussen. Die regeling dient om mensen die geen onbezoldigde vrijwilliger zijn, maar tegelijk ook niet aan de slag zijn als werknemer of zelfstandige, fiscaalvriendelijk te belonen. Een ­typisch voorbeeld is de amateurdirigent van een koor.
Hannes 2021 02 16 094510
Het Grondwettelijk Hof vernietigde in 2019 de regeling, waardoor vanaf dit jaar op alle vergoedingen de volle pot aan belastingen en sociale bijdragen moet worden betaald. Voor de sportsector werd vorig jaar in allerijl al een oplossing uitgewerkt. De sportclubs betalen sinds dit jaar een solidariteitsbijdrage van 10 procent op de vergoedingen en de verenigingswerker betaalt ook nog eens 10 procent belasting. ­Vorig jaar was al beloofd dat de regeling dit jaar snel zou worden uitgebreid naar de socioculturele sector. Maar die uitbreiding laat op zich wachten, omdat intussen nog heel wat andere groepen onder de regeling willen vallen, zoals con­ciërges van artistieke infrastructuur, gidsen, de nacht­oppas bij hulpbehoevenden, begeleiders van de kinderen voor en na school, babysits ... ‘De regering heeft mij gevraagd om dat te onderzoeken’, zei minister van Sociale Zaken Frank Vandenbroucke (SP.A) gisteren in de Kamer. En dus moet ook de socioculturele sector wachten. De regeling die nu wordt uitgewerkt, is een tijdelijke noodoplossing tot eind dit jaar. Maar iedereen hoopt er nu al bij te zijn uit vrees uit de boot te vallen wanneer de definitieve regeling wordt geschreven. Hannes Renglé van De Federatie, de spreekbuis van de sector, dringt aan op een snelle oplossing. ‘Zeker als de sector volgende maand opnieuw mag opstarten.’ Verschenen op donderdag 18 maart 2021