Betoging lage resolutie web 42

Amateurkunsten centraal in parlementair debat over besparingen

Dossier: Decreet Amateurkunsten

De aangekondigde besparingen van 13% op de amateurkunstensector blijven voor discussie zorgen in het Vlaams Parlement. Tijdens de Commissie Cultuur van 28 mei - kort na onze Inkijkdag in de amateurkunstensector - trokken verschillende parlementsleden opnieuw aan de alarmbel. Zowel oppositie als meerderheid erkenden de grote maatschappelijke waarde van amateurkunsten, maar desondanks blijft cultuurminister Gennez vasthouden aan de aangekondigde besparingen.

Snijden in de kleinste sector met de grootste impact

Volgens parlementslid Ilona Vandenberghe (PVDA) dreigt de Vlaamse Regering “te snijden in de kleinste sector met de grootste impact”. Ze herinnerde eraan dat 44 procent van de Vlamingen aan amateurkunsten doet en dat meer dan 2 miljoen mensen rechtstreeks betrokken zijn bij koren, fanfares, theatergroepen, dansverenigingen, schrijfateliers en andere praktijken. 
Ze wees ook op de maatschappelijke rol van de amateurkunstenorganisaties: ze zorgen voor projecten rond zingen met mensen met dementie, instrumentenverhuur voor wie zelf geen instrument kan betalen, coaching van amateurkunstenaars en ondersteuning van lokale verenigingen.
“De amateurkunstenorganisaties zijn geen abstracte administratie boven het veld. Het zijn de fundamenten waarop het veld steunt.”
Ilona Vandenberghe, Vlaams parlementslid voor PVDA
Vooral kwetsbare groepen dreigen volgens haar de dupe te worden van hogere drempels, minder begeleiding en afbouw van projecten. “Voor veel mensen – ouderen, mensen met een beperking, mensen in armoede, jongeren in kleine gemeenten, nieuwkomers – zijn ze de enige laagdrempelige toegang tot cultuur en gemeenschap.” En dat druist in tegen de beleidsintenties van minister Gennez.

Sector trekt aan de alarmbel

De sector zelf liet de voorbije weken al van zich horen met een open brief die op 2 maand tijd meer dan 11.000 beoefenaars en partners ondertekenden. Meer dan 5600 mensen lieten een persoonlijke reactie na over de impact van de besparingen op hun praktijk, waaronder ook professionele kunstenaars en leerkrachten.
Inkiijkdag amateurkunsten lage resolutie 87

(c) Sophie Nuytten 

In een opiniestuk op Knack.be reageerden de 9 amateurkunstenorganisaties en De Federatie bovendien gezamenlijk op de publicatie van de Strategische Visienota Kunsten en Erfgoed en de conceptnota “Kunst en cultuur voor elke leerling”, met de boodschap “Wie een toekomst wil voor kunst en cultuur, bespaart niet op amateurkunsten”. Want "de Visienota benoemt participatie, cultuureducatie en verbinding met welzijn als prioriteiten. Maar precies de sector die deze ambities vandaag al op grote schaal realiseert -de amateurkunsten- wordt niet versterkt, maar verzwakt." 

Bezorgdheid bij de meerderheidspartijen

Zowel Ilona Vandenberghe (PVDA) als Bram Jaques (Groen) wijzen erop dat er zelfs binnen de meerderheid stevige kritiek kwam op de besparingsplannen. N-VA-parlementslid Manu Diericx verdedigde het bredere begrotingsbeleid van de Vlaamse Regering. Maar hij wil erover waken dat die besparingen “logisch” gebeuren en volgens “duidelijke en transparante principes”. Volgens hem moet vermeden worden dat waardevolle werkingen “geruisloos ophouden te bestaan”. Hij vrees voor organisaties “waar er geen vet meer op de soep is”.
Ook cd&v-parlementslid Katrien Partyka benadrukte de bezorgdheid binnen de amateurkunstensector. Net zoals Bram Jaques (Groen) wil ze het parlementair debat van 5 maart niet herhalen, maar ze benadrukt dat de aangekondigde besparingen haaks staan op de ambities van het nieuwe Amateurkunstendecreet en bovendien de beleidsplannen doorkruisen. 
Daarnaast koppelde Partyka het debat aan de bredere hervorming van de culturele bovenbouw. Want de minister drijft dezelfde zoektocht naar synergieën door in de amateurkunstensector. Partyka is bezorgd dat die hervorming een impact zal hebben op de toegankelijkheid van amateurkunsten:
“Hoe gaat u ervoor zorgen dat de toegang tot amateurkunsten niet beperkt wordt? Bijvoorbeeld voor kwetsbare groepen en landelijk gebied?”
Katrien Partyka, Vlaams parlementslid voor cd&v

"Besparen is geen geloofspunt"

Minister van Cultuur Caroline Gennez bevestigde dat de geplande besparingen op tafel blijven liggen, maar benadrukte tegelijk dat besparen voor haar “geen geloofspunt” is. Ze is dan ook blij dat enkele parlementsleden de Vlaamse Regering oproepen om niet verder te besparen op cultuur. 
Caroline Gennez 12
Ze staaft haar keuzes aan de hand van de besparingsprincipes die ze eerder al toelichtte. Eén daarvan was budgettair ingrijpen in de lopende beoordelingstrajecten van de decreten, zoals eerder gebeurde in het sociaal-cultureel volwassenenwerk en nu ook bij de amateurkunsten. Minister Gennez erkent de ongerustheid van het veld, en benadrukt dat ze de besparingen “niet met een warm hart” doorvoert.
Een ander besparingsprincipe was om zo weinig mogelijk te besparen op de culturele werking van organisaties. Daarom loopt er een “samenwerkingsefficiëntie- en besparingsoefening” in de zogenaamde culturele "bovenbouw". Minister Gennez wil ook de amateurkunstenorganisaties hierbij betrekken: “Ik vind het evident dat we aansturen op betere samenwerking.” Ze verwees daarbij naar lopende gesprekken met De Federatie en de 9 amateurkunstenorganisaties.
“We gaan in dialoog en we bewaken dat de amateurkunstenorganisaties zich allemaal kunnen focussen op de decretale kernopdrachten, waarbij brede toegang tot amateurkunsten essentieel is.”
Caroline Gennez, minister van Cultuur
De minister verwacht dat de 9 amateurkunstenorganisaties sterker gaan samenwerken om “efficiëntie en synergieën” te realiseren. Ze wacht het advies van de beoordelingscommissies over de beleidsplannen 2027-2031 af om hierrond verder een traject te lopen.

Efficiëntiewinst of afbouw?

Volgens de minister zou betere samenwerking ervoor zorgen dat er meer middelen naar de amateurkunstenaars zelf vloeien. Ze verwijst daarbij ook naar het opzet van het nieuwe Amateurkunstendecreet van 2024 dat een aantal subsidielijnen voorziet die rechtstreeks amateurkunstenaars ondersteunen. 
Maar de zogenaamde “bovenbouw” in de amateurkunsten waar nu besparingen worden gezocht, zijn in realiteit de enige organisaties binnen de sector die structureel ondersteund worden door de Vlaamse Overheid. Zij zorgen vandaag voor rechtstreekse versterking van een veld van meer dan 2 miljoen beoefenaars en tienduizend groepen, die drijven op het engagement van vrijwilligers. 
De 9 amateurkunstenorganisaties bieden niet alleen begeleiding, ze organiseren ook een diversiteit en veelheid van praktijken, creatie- en toonkansen. Deze 9 organisaties doen dat in, met en voor het veld. Hierop ingrijpen zorgt bovendien voor minder inclusie, minder talentontwikkeling, minder cultuureducatie, minder verbinding in de samenleving. En voor een armere voedingsbodem voor de kunsten. Nochtans net dé beleidsintenties van minister Gennez.
Kortom: de sector is bezorgd dat efficiëntiewinsten tot structurele afbouw leiden. Amateurkunstenorganisaties wijzen erop dat hun werk niet draait rond “overlap”, maar rond nabijheid, expertise en disciplinespecifieke versterking. Waar mogelijk en zinvol wordt vandaag al samengewerkt tussen de 9 amateurkunstenorganisaties, maar schaalvergroting mag niet ten koste gaan van de nabijheid bij de doelgroep en afstemming op hun noden.

In dialoog met de minister 

Het debat hierover is nog niet voorbij. Op 10 juni nodigt minister Gennez de 9 amateurkunstenorganisaties uit voor een gesprek. De sector hoopt op realiteitszin en een goed begrip van wat de organisaties op het terrein betekenen en hoe zij meer dan 2 miljoen beoefenaars versterken. Op 1 juli valt de beslissing van de Vlaamse Regering over de subsidie-enveloppes voor de beleidsperiode 2027-2031. In het najaar van 2026 worden de beheersovereenkomsten met de Vlaamse Overheid opgesteld