header handjes

Wat een heerlijke, betaalbare prioriteit zijn onze sectoren toch

De Federatie trakteerde je de afgelopen weken op waar het tijdens en na de verkiezingen inhoudelijk om mag gaan. Vandaag maken we even ruimte om het over de knikkers te hebben. Want de decreten voor amateurkunsten en sociaal-cultureel werk kunnen best wel wat financiële ademruimte gebruiken. Omdat ze uitgaan van groeiambities voor onze sectoren. En vooral: omdat onze sectoren uitgaan van groeiambities voor de samenleving.

Amateurkunsten: 1 euro per amateurkunstenaar

Het decreet voor de amateurkunstensector is kakelvers. Onder impuls van cultuurminister Jambon tekende de Vlaamse regering voor een extra portie ambitie: een steviger erkenning van de amateurkunstenkoepels voor het ondersteunen van een groeiende groep amateurkunstenaars, extra kansen voor excellerende groepen, een uitgebreid palet om organisaties en kunstenaars de kans te geven hun internationale vleugels uit te slaan,... Kortom: dit is ontegensprekelijk een investeringsdecreet. Ook uit onze kiespijler blijkt het grote draagvlak bij de politieke partijen om hierop in te zetten.
Geld vergrootglas

Telt u even mee?

Op vraag van de Commissie Cultuur van het Vlaams Parlement werkten we begin dit jaar een onderbouwde nota uit waarin we de budgettaire effecten van het nieuwe decreet becijferden. We kwamen, kort samengevat, tot de volgende vaststellingen:
  • Het nieuwe decreet wil zoveel mogelijk kansen geven om internationale netwerken uit te bouwen, deel te nemen aan allerlei initiatieven in het buitenland, grotere internationale projecten op te zetten,... tot en met het mogelijk maken om ook vanuit de amateurkunstensector "ambassadeurs" uit te sturen. Ambitie, trots en investeringen moeten hand in hand gaan. Om hier minimaal kansen aan te geven berekenden we een minimale inspanning van 195 000 euro.
  • De amateurkunstenkoepels krijgen via het nieuwe decreet een extra opdracht: rechtstreekse ondersteuning van kunstenaars of groepen om hun talenten een extra boost te geven, om boven zichzelf uit te stijgen. Deze nieuwe opdracht wordt vanaf dit jaar uitgerold. Hiervoor is alvast een opstapbudget voorzien. Mooi om te kunnen starten, maar dit betekent in de feiten dat er minder mindelen zullen gaan naar talentontwikkeling dan de afgelopen jaren. Om opnieuw op peil te komen, is een extra injectie van 385 000 euro nodig.
  • En tot slot: het decreet zet in op een tweesporen-ambitie: enerzijds wilde de minister excellerende groepen rechtstreeks ondersteunen en zichtbaarder maken, maar anderzijds rekent hij op de koepelorganisaties om er nog meer te staan voor àlle 2,5 miljoen kunstenaars en groepen in Vlaanderen en Brussel. Het decreet tekent deze ambitie uit in woorden. De volgende Vlaamse begroting kan dit ook mee in daden omzetten. Het decreet laat slechts een globale stijging van het budget met 20 procent toe. Dit betekent, ten opzicht van de middelen die in 2023 voorhanden waren, een stijging met ongeveer 1,9 miljoen euro.
Hebt u meegeteld? Een minimale investering van 2,5 miljoen gaat hand in hand met een ambitieus, kersvers decreet. Jawel, 1 euro per amateurkunstenaar.

Sociaal-cultureel werk: een inhaalbeweging

Het netwerk aan sociaal-culturele organisaties houdt vele samenlevingsballetjes tegelijk in de lucht. Niemand zal ontkennen dat dit een luxe is: verbinden, emanciperen, nieuwe methodes en thema's ontginnen. Kortom: miljoenen burgers meenemen in hun engagement voor de samenleving. Net zoals bij de amateurkunsten is zowat heel het buitenland trots op de manier waarop de Vlaamse Gemeenschap op heel veel terreinen de mensen kansen heeft gegeven om ook de handen uit hun mouwen te steken. Vandaag schrijven ruim honderd erkende organisaties aan hun ambities voor de volgende jaren. Tegelijk zien we tientallen organisaties met hun neus aan de vitrine staan. Volgend jaar zal de regering beslissen over de subsidies voor de nieuwe beleidsperiode. De afgelopen jaren vielen vooral de terechte investeringsinspanningen voor de collega-cultuursectoren op. Tekenen we in de volgende legislatuur voor de inhaalbeweging voor sociaal-cultureel volwassenenwerk?

Investeren als hefboom voor meer en beter

Dat het erkennen en waarderen van het sociaal-cultureel werk als DNA van onze Vlaamse Gemeenschap samen spoort met de noodzakelijke investeringen, is logisch. Kenners weten ook hoe belangrijk de decreetmiddelen zijn als hefboom voor heel wat organisaties om autonome keuzes te kunnen maken in de financiële samenwerkingen die zij met markt en overheid willen aangaan. Slechts een kwart van de sectormiddelen is afkomstig van het decreet sociaal-cultureel werk: een investering als noodzakelijk vliegwiel voor bijkomende middelen en... impact. Een netwerk met veel draagvlak bij miljoenen mensen.
  • De Avansa's staan garant voor het versterken van de sociaal-culturele participatie in hun regio. Het decreet bepaalt voor hen een duidelijke financiering: 1,7 euro (geïndexeerd) per inwoner in de regio. Het aantal inwoners in zowat elke regio neemt gestaag toe, dus ook de euro's. De exacte berekening kan pas begin volgend jaar gebeuren, maar een prognose leert ons dat voor hen een stijging van het budget met minstens 700.000 euro nodig is.
  • Eind dit jaar dienen ook de landelijke organisaties hun subsidieaanvragen in. Dan is het aan de commissies om te adviseren: met winnaars, verliezers én nieuwkomers. We extrapoleerden de minnen en plussen uit de vorige subsidieronde naar volgend jaar en kwamen zo op een noodzakelijke financiële beweging van, bijkomend 14 miljoen euro.
  • Het decreet sociaal-cultureel volwassenenwerk wil ook kansen geven aan andere burgerinitiatieven allerhande om via het ontwikkelen van laboratoriumprojecten de maatschappij verder in te kleuren. Voor heel wat organisaties kan dit ook een opstap zijn om volwaardig in het decreet in te groeien. Voor deze regeling was oorspronkelijk 4,5 miljoen euro voorzien. Vandaag staat de teller op een klein miljoen euro. Ook hier zou een herstel van deze projectlijn een belangrijk verschil kunnen maken.
De inhaalbeweging voor sociaal-cultureel volwassenenwerk komt vanuit deze onderbouwing neer op een bijkomende investering van 18,3 miljoen euro.