Commissie Cultuur debatteert over een update van het amateurkunstendecreet

Eind september publiceerden enkele parlementsleden van N-VA een conceptnota voor de aanpassing van het amateurkunstendecreet. Onder impuls van N-VA-parlementslid Marius Meremans werden de negen landelijke amateurkunstenorganisaties, het steunpunt voor bovenlokale cultuur OP/TIL en De Federatie dit voorjaar bevraagd over de noden en ideeën voor een hedendaags decreet en beleid. De indieners analyseerden deze input en vatten in de conceptnota de belangrijkste aandachtspunten samen voor een wijziging van het amateurkunstendecreet. In de Commissie Cultuur van 28 oktober debatteerden de parlementsleden over de voorstellen.

De conceptnota samengevat

Marius Meremans Wascabi c Sophie Nuytten

Marius Meremans op WASCABI 2021 (c) Sophie Nuytten

Tijdens WASCABI op 3 september liet Marius Meremans een eerste keer in de conceptnota kijken. Hij benadrukte toen dat de essentie van het decreet bewaard moet blijven. Zo moeten amateurkunstenorganisaties hun autonomie en flexibiliteit kunnen bewaren, om volop in te spelen op evoluties en behoeftes in het veld. Talentontwikkeling is zo’n belangrijke nood – zoals ook bleek uit het bevolkingsonderzoek naar amateurkunsten in Vlaanderen. De indieners van de nota verduidelijken dat amateurkunstenbeoefenaars niet beroepsmatig bezig zijn, maar wel op een professionele manier werken en voortdurend evolueren.
Het experimenteel projectreglement talentontwikkeling is daarbij een interessant subsidie-instrument, maar mag de bestaande talentontwikkelingstrajecten van de amateurkunstenorganisaties niet hypothekeren. Voorts bewieroken de indieners de samenwerking met het deeltijds kunstonderwijs en de professionele kunsten. Het aangepaste decreet moet volgens hen echter ook samenwerkingen met minder voor de hand liggende partners stimuleren. Ook de verwevenheid met de brede maatschappij moet meer worden benadrukt.
Tot slot wijst de conceptnota op de kansen van het bovenlokale cultuurbeleid en de nieuwe regiovorming. De indieners zien drie sporen voor de ondersteuning van amateurkunstengroepen en individuele beoefenaars: structurele steun vanuit lokale besturen, structurele en projectmatige steun vanuit intergemeentelijke samenwerkingen (IGS), en projectmatige steun vanuit Vlaanderen. Op die manier heeft elk niveau een rol te spelen in de ondersteuning van amateurkunsten in Vlaanderen.

Richtingaanwijzers uit de sector

In september 2020 publiceerden De Federatie en de negen amateurkunstenorganisaties een nota met richtingaanwijzers voor een ambitieus amateurkunstenbeleid en -decreet. Deze nota plaatst de amateurkunstensector resoluut in het centrum van een breed en divers cultuurdomein. Maar ook daarbuiten leggen amateurkunsten vele lijnen naar sectoren als zorg en welzijn, toerisme, economie, etc. En dat van lokaal, over Vlaams tot internationaal. We suggereren daarom verschillende manieren om meer verbinding en openheid te stimuleren tussen amateurkunsten en andere beleidsdomeinen.
Amateurkunsten op snijlijnen

Amateurkunstenbeleid is beleid op snijlijnen

De sector pleit voor een decreet dat zowel organisaties als praktijken van lokaal tot internationaal ondersteunt. Naast de werkingssubsidies voor de landelijke amateurkunstenorganisaties, stellen we drie impulslijnen voor: impulsen voor lokale groepen en kunstenaars met ambitie om te groeien of grenzen te overstijgen, impulsen voor de landelijke amateurkunstenorganisaties om cross-sectoraal samen te werken, en tot slot de internationale impulslijn die vandaag al bestaat. Daarnaast doen we voorstellen om de planlast te verminderen.

Cross-sectoraal samenwerken

Commissielid Stephanie D’Hose (Open VLD), Orry Van de Wauwer (CD&V) en Elisabeth Meuleman (Groen) bedanken de indieners voor de heldere conceptnota. Ze beamen het belang van de amateurkunstensector en kijken uit naar verdere discussies over een update van het decreet. Stephanie D’Hose moedigt cross-sectorale samenwerking aan, maar wijst erop dat deze projecten vaak eenzijdig vanuit de amateurkunsten- of cultuursector gefinancierd worden. Verder vraagt ze aandacht voor het gebrek aan repetitieruimtes, ateliers en podia voor amateurkunstenaars. Marius Meremans ziet oplossingen in het delen van ruimte. Hij benadrukt dat lokale besturen hiervoor ondersteuning kunnen gebruiken van bijvoorbeeld intergemeentelijke samenwerkingsverbanden (IGS’en).
01 elisabethmeuleman detail 0

Elisabeth Meuleman (Groen)

In de conceptnota staat vooral de nauwe band met het deeltijds kunstonderwijs en de kunsten in de kijker, maar Elisabeth Meuleman benadrukt ook de vele projecten die de amateurkunstensector al op de teller heeft met domeinen als zorg en welzijn, erfgoed en jeugd. Bovendien wijst ze op de "fundamentele educatieve rol" van amateurkunsten en het belang van reguliere samenwerking met het onderwijs.

Bovenlokale en regionale ondersteuning

Elisabeth Meuleman vraagt hoe de indieners de nieuwe projectsubsidielijn talentontwikkeling zien evolueren na afloop van het reglement. De indieners stellen een projectsubsidielijn voor die – in samenspraak met de sector – bepaalde beleidsprioriteiten op Vlaams niveau ondersteunt. De projectmatige ondersteuning van lokale groepen en individuele kunstenaars zien de indieners echter eerder weggelegd voor het intergemeentelijke niveau. Bovendien kunnen deze IGS’en ook lokale besturen ondersteunen bij structurele subsidies voor amateurkunsten op gemeentelijk niveau. Al wordt er wel op gewezen dat op dit moment slechts de helft van de gemeenten onder een IGS vallen. De rol van de regio's ligt volgens de indieners vooral bij het schetsen van landschapstekeningen per regio die de specifieke noden van amateurkunstenaars in kaart brengen.
"Bovenlokaal cultuurbeleid en regiovorming, dat is volgens ons de grootste uitdaging"
Marius Meremans (N-VA)

Suggesties voor planlastvermindering

Stephanie D’Hose en Elisabeth Meuleman hebben het tot slot over de grote planlast in zowel het amateurkunstendecreet als het Decreet Bovenlokale Cultuurwerking – waarop ook amateurkunsten kunnen indienen. Marius Meremans laat zich daarvoor inspireren door de nota van De Federatie en de sector. Hij beaamt ook dat een “light lijn” binnen de bovenlokale projectlijn nog steeds nodig is, maar wacht verder de evaluatie van het Decreet Bovenlokale Cultuurwerking af.
De conceptnota schetst in de eerste plaats een aantal principes voor verdere discussie over het amateurkunstendecreet. Het debat is geopend, en de amateurkunstensector zit klaar om verder in gesprek te gaan over de toekomst van het decreet.

Benieuwd naar onze plannen voor een update van het amateurkunstendecreet? Lees er alles over in de nota Richtingaanwijzers voor een ambitieus amateurkunstenbeleid.