VOOR: uit de partijprogramma's

In mei vroegen we aan de Vlaamse partijen om kort samen te ballen wat ze voor onze sectoren belangrijk vonden. We overlopen nog even waartoe ze zich toen voor het sociaal-cultureel volwassenenwerk engageerden. Als je op de naam van de partij klikt, lees je het volledige artikel. We plakken er hier enkele quotes uit.

  • De N-VA pleit voor een vrijheid en rijkdom van het Vlaamse verenigingsleven en middenveld. We willen het middenveld en de vele vrijwilligers niet aan de kant zetten om in de plaats hiervan het ‘primaat van de politiek’ te installeren.
  • Wél wil de N-VA een efficiënt en georganiseerd middenveld, aangepast aan de maatschappelijke realiteit van de 21e eeuw. Zo stellen we ons vragen bij de verwevenheid van het verzuilde middenveld met de politieke besluitvorming.
  • We erkennen en steunen de kritische en maatschappelijke rol van de sociaal-culturele sector. Dat wil niet zeggen dat subsidies vrijblijvend zijn. We hebben immers een Vlaamse identiteit, een taal, een gemeenschappelijke sokkel van waarden, fundamentele rechten en vrijheden. Die mogen in vraag gesteld worden, maar onze rechten en vrijheden moeten wel nageleefd worden om in aanmerking te komen voor subsidiëring.
  • De N-VA gaat voor een sterk en divers landschap, dat in staat is naast de subsidiëring zelf fondsen te werven, via een actieve en wederzijds verrijkende samenwerking met de privéwereld.
  • Het sociaal-cultureel werk is essentieel voor het sociaal weefsel in onze Vlaamse samenleving. De reële basiswerking op het terrein zelf is de belangrijkste parameter voor de ondersteuning.
  • We kiezen voor een kwaliteitsvol vrijetijdsaanbod zodat mensen vrij zijn in hun keuze en zich eventueel kunnen specialiseren. We kiezen voor een vraaggestuurd ondersteuningsbeleid met veel aandacht en kansen voor bottom-upinitiatieven, zodat een meer divers vrijetijdsaanbod kan groeien dat beantwoordt aan de behoeften van alle bevolkingsgroepen. Vertrouwen in wat mensen zelf organiseren, is daarbij essentieel. Dat wil zeggen dat experimenteren en dus beginnersfouten maken, toegelaten is zonder dat er sanctionering op volgt.
  • CD&V wil het opnemen van verantwoordelijkheid in verenigingen aanmoedigen omdat dit zowel een persoonlijke meerwaarde als een meerwaarde voor de samenleving geeft. We willen zoveel mogelijk drempels voor vrijwilligerswerk afschaffen. Zo wordt vrijwilligerswerk ook makkelijker een opstap naar een betaalde baan. Verantwoordelijkheid opnemen in bestuursorganen van verenigingen willen we aanmoedigen. In de erkenning van competenties willen we meer plaats voor competenties die in de vrijetijds- en culturele sector zijn verworven. Er zijn ook veel competenties aanwezig bij werknemers waar verenigingen dankbaar gebruik van kunnen maken.
  • CD&V wil nieuwe burgerbewegingen, wijk- en buurtcomités en andere participatievormen stimuleren en ondersteunen in hun oprichting en opstart. Samen met de duurzame werking van bestaande verenigingen verrijkt dit nieuwe middenveld het gemeenschapsleven.
  • We bieden voldoende ondersteuning voor de uitvoering van de Vlaamse regelgeving. De zesde staatshervorming en de interne Vlaamse staatshervorming, hebben geleid tot heel wat decretale aanpassingen en hervormingen. Daarnaast kregen bijna alle basisdecreten de voorbije legislatuur een grondige facelift. De sociaal-culturele e.a. sectoren hebben geen nood aan nieuwe regeldrift, zodat ze aan de slag kunnen met het nieuwe beleidskader en zich kunnen focussen op hun kernopdrachten. Dit wil niet zeggen dat de regelgeving niet bijgestuurd kan worden als dit nodig is en gewenst door de sector zelf. De Vlaamse overheid moet daarom in eerste instantie voldoende financiële middelen voorzien om het uitgetekende beleid te realiseren : structurele subsidies zijn noodzakelijk om een veld duurzaam te ontwikkelen en om het vrijetijdsaanbod toegankelijk te houden voor de brede bevolking, in alle regio's. Projectsubsidies zorgen voor vernieuwing en instroom. We willen de komende legislatuur samen met de sectoren bekijken hoe we een duidelijker onderscheid kunnen maken tussen structurele subsidies mét aandacht voor vernieuwende accenten en tijdelijke of innovatieve projectsubsidies (een soort zaaigeld). Voor die projectsubsidies moeten er duidelijke doelstellingen worden geformuleerd én voldoende budget worden voorzien. De resultaten moeten na afloop grondig geëvalueerd worden, zodat de goede praktijken duurzaam verankerd kunnen worden in de basiswerking. Bij de beoordeling van de projectaanvragen moet het duurzaam effect van het project belangrijker zijn. Interessante projecten mogen de basiswerking van een organisatie niet in het gedrang brengen, maar er een waardevolle aanvulling op zijn.
  • Met het nieuwe decreet hebben we een helder en evenwichtig kader uitgewerkt waarin zowel dialoog en garanties worden ingebouwd als vrijheid en vertrouwen aan de sector wordt gegeven. Dé sector die een kritische rol als fundament heeft en hiervoor wordt gesubsidieerd. Dat is uniek en wezenlijk kenmerk van deze sector, dat bewaard is gebleven en dat verder moet blijven in deze samenleving waar de vrijheid van vereniging en de vrijheid van meningsuiting meer en meer ter discussie staan. Je merkt dat dit decreet daardoor een grote aantrekkingskracht uitoefent op belendende sectoren. Fantastisch, want dat toont dat dit civiel perspectief nodig is.
  • Open Vld wil niet te snel sleutelen aan het decreet. Maar we moeten wel bewaken dat nieuwe organisaties kunnen instromen en dat er voor de bestaande zekerheid is op continuïteit, met inzet van voldoende middelen.
  • We willen nieuwe dynamieken op gang brengen door in te zetten op experiment en vernieuwing via de projectsubsidies. Er moet ruimte zijn voor flexibiliteit om thema’s in te vullen, om sneller aansluiting te vinden bij nieuwe tendensen en uitdagingen, om nieuwe werkmethodes te verkennen.
  • Wij willen meer inzetten op etnisch-culturele diversiteit in sociaal-cultureel werk.
  • Daarnaast willen we de vrijplaats van het brede sociaal-cultureel werk garanderen, tegen de toenemende instrumentalisering door de overheid in. De sector wordt niet gesubsidieerd om de doelen van de overheid te realiseren maar om de eigen doelen te realiseren. Die mooie traditie willen we behouden, nl. dat de overheid zich niet inmengt met de inhoudelijke aspecten van de werking, maar financiert op basis van een intrinsieke meerwaarde voor de samenleving.
  • We willen meer middelen toebedelen aan vernieuwende praktijken zoals burgerparticipatie, aan vormen van co-creatie, sociale innovatie e.d.
  • Om dat te realiseren is het nodig de regelgeving te verbreden. Laat ons stoppen met het verkokeren van ondersteuningsmechanismes en ruimte creëren voor experiment en innovatie van sociaal-culturele projecten en organisaties. Daar kan ook het decreet Bovenlokale Cultuurwerking een opstap voor betekenen.
  • Financiële ademruimte is de basisvoorwaarde om de hele culturele sector terug de nodige zuurstof te geven. Waar het cultuurbudget vandaag nog slechts 1,18 % van de Vlaamse begroting bedraagt, gaat sp.a voor minstens 1,5% en zien we een groeipad naar 2%. Bovendien wil sp.a dat de middelen voor vrije tijd lokaal opnieuw geoormerkt worden.
  • Sp.a kiest voor decretale rust. Sociaal-cultureel werk, amateurkunsten en alle andere sectoren binnen de wereld van kunst en cultuur bevinden zich in een systeemcrisis. Deze crisis is het gevolg van een aantal ingrijpende (ideologische) keuzes van de aflopende Vlaamse regering, denk maar aan de overdracht van de persoonsgebonden materies van de provincies naar Vlaanderen, het niet langer oormerken van de lokale middelen voor cultuur, de krakkemikkige creatie van een bovenlokaal cultuurbeleid, enzovoort. Om uit deze systeemcrisis te geraken, moet de sector rust gegund worden en dient waar nodig ondersteuning geboden te worden zodat de sector zich opnieuw optimaal kan organiseren, weliswaar bottom-up, en niet top-down. Een continue monitoring en desgevallend (bij)sturing van het decreet bovenlokaal cultuurbeleid en het nieuw opgerichte steunpunt is daarbij noodzakelijk.
  • Planlast verminderen is een belangrijk strijdpunt van de sp.a. De administratieve lasten wegen soms zo hard door dat verenigingen meer tijd steken in paperassen dan in het mogelijk maken van amateurkunst of sociaal-cultureel werk. Digitale systemen zoals Kiosk en Sisca moeten dringend gebruiksvriendelijker worden gemaakt. De huidige systemen zijn verouderd, lopen regelmatig vast, zijn moeilijk te doorgronden enzovoort.
  • Sociaal-culturele werkers worden vandaag geacht te professionaliseren, innoveren en ondernemen. Jammer genoeg kan de socialprofitsector tot vandaag geen beroep doen op de ondersteuning die Vlaanderen hiervoor biedt aan (kleine) bedrijven. Daar wil sp.a verandering in brengen. Daarom gaan wij voor het toegankelijk maken van de KMO-portefeuille voor socialprofitorganisaties.
  • Sociaal-culturele organisaties geven aan democratie een betekenis. Daarom mag het civiel perspectief nooit onder druk staan, maar moet het net groeien en een nog prominentere plek krijgen binnen het sociaal-cultureel werk. Initiatieven als burgerverenigingen, wijkcomités, … moeten vanuit de basis bottom up kansen krijgen en ondersteund worden waar nodig, opdat maatschappelijke tendensen en initiatieven van burgers in al hun diversiteit kunnen bloeien. Daartoe moeten alle drempels voor vrijwilligerswerk worden weggenomen.