Betoging lage resolutie web 42

23 miljoen "out". Visienota's "in". De beleidsintenties van minister Gennez.

Twee halve dagen lang doken parlementsleden en de cultuurminister in de begrotingstabellen. Over onze sectoren kan je elders uitvoerig lezen, maar wat heeft de minister voor 2026 nog in petto? En waar vond ze de 23 miljoen die Cultuur moet besparen? En waarom? We scannen hier de BBT - de Beleids- en Begrotingstoelichting - op enkele opvallende maatregelen.

Eerst de bittere pillen

Zullen we met de besparingen beginnen? Minister Gennez gaf in de Cultuurcommissie van het Vlaams Parlement inzage in de vijf principes die zij wilde hanteren om ongeveer 23 miljoen euro uit de cultuurbegroting te verwijderen. Geen kaasschaaf, gelijk verdeeld over alle begrotingsposten, maar gerichte keuzes. We citeren haar uitgangspunten en geven telkens enkele voorbeelden.
  1. Op zoek gaan naar synergiën om meer efficiëntie te bereiken. Achter deze doelstelling schuilt een besparing van ongeveer 1,2 miljoen euro. Het Faam (Flanders All Around Museum) en de Stichting Ons Erfdeel kwamen in de media al aan bod. Maar ook enkele "organisaties met een specifieke opdracht" delen hier in de klappen. Blindenzorg Licht en Liefde en Transkript zijn bijvoorbeeld productiecentra voor brailleboeken, luisterboeken,... Ook op de Zorgbib van Rode Kruis-Vlaanderen -voor personen die bijvoorbeeld verblijven in een woonzorgcentrum of ziekenhuis- wordt bespaard.  Door moderne technologieën moet het hier mogelijk zijn om efficiëntiewinsten te behalen, zo denkt de minister. De Luisterpunt-bibliotheek kent geen besparing.
  2. Zo min mogelijk besparen op de culturele werking zelf, maar wel kritisch kijken naar de zogenaamde bovenbouw. In de bovenbouw snijdt het mes wat dieper. Hier verdwijnt bijna 1,8 miljoen euro. Maar ook hier: geen kaasschaaf: sommige moeten besparen, de ene wat meer dan de andere. Sommige bovenbouworganisaties blijven gevrijwaard. Bijvoorbeeld Publiq (deze organisatie zou met de UiTPAS mee bijdragen aan de participatiedoelstelling van de minister). Pulse verdwijnt als autonome organisatie. Voor het Circuscentrum en De Federatie is er een besparing van 10 procent. Voor de overige steunpunten (waaronder Socius) is er doorgaans een besparing van 3 procent. In de loop van 2026 voorziet de minister in een grondige transitieoefening voor de bovenbouw. Ook de organisaties voor amateurkunsten worden in de tabellen tot de zogenaamde bovenbouw gerekend. Verrassend en surreëel, zo denken we. Maar daarover elders meer. Op hun werking wordt 3 % bespaard. Dat brengt de totale besparing op basis van dit principe op ruim 2,1 miljoen euro.
  3. De begroting zo veel mogelijk op punt zetten. De minister noemt het zelf een "verrommelde" begroting en kuist in de lijst van organisaties die niet verbonden zijn aan een decreet maar nominatim (op naam) in de begroting staan. Ook zal Vlaanderen in de toekomst de leenrechtvergoeding van de bibliotheken niet meer betalen en verdwijnen de Ultima's (cultuurprijzen) van het podium. De minister zoekt wel naar synergiën met bestaande prijzen. Benieuwd of zij de sectoren die doorgaans op minder Ultima's-belasting konden rekenen ook in het vizier houdt. De impact van de besparingen op het bovenlokaal cultuurdecreet is ook opvallend. Daar schrijven we elders meer over. Het totaal van de ingrepen op basis van dit uitgangspunt komt op 12,5 miljoen euro.
  4. Kritisch kijken naar subsidies in het kader van lopende beoordelingstrajecten. De besparing van ongeveer 3,6 miljoen op het decreet sociaal-cultureel volwassenenwerk staat gelijk aan dit principe. We besteden hier ook elders aandacht aan.
  5. Budgetlijnen verminderen die de voorbije jaren een groei kenden. Hier vallen de besparingen op een aantal hoofdstukken uit het decreet cultureel erfgoed op. Vooral de "kleinere" spelers kennen een vermindering van hun middelen: de landelijke archieven en dienstverleners, de bovenlokale musea, maar bijvoorbeeld ook de erfgoedtijdschriften. De projectsubsidies binnen het circusdecreet verminderen, maar er komt wel een miljoen bij voor de structurele ronde. Samen met de vermindering op de infrastructuurmiddelen en de KANTL, gaat het hier in totaal om bijna 3,6 miljoen euro.

Ook wat extra middelen

Caroline Gennez 10

foto: Sophie Nuytten

Hier kunnen we helaas wat korter zijn. We schreven al over de extra middelen voor het circusdecreet. Over de verdeling van deze middelen besliste de Vlaamse regering op 21 november. Daarnaast is er een verschuiving van 342 000 euro vanuit Onderwijs naar Literatuur Vlaanderen, voorziet de minister extra 700 000 euro voor de verdere uitbouw van de UiTPAS (met extra aandacht voor de initiatieven in het kader van het BOA-decreet) en noemt de minister hier ook het Internationaal Cultuurbeleid en aankopen in het kader van hedendaagse kunsten en de eigen collectie. Ook voor het transitietraject voor de museale hervorming, waarover al uitgebreid in de pers is gesproken en geschreven, zijn er extra middelen voorzien. Vermeldenswaard is ook het feit dat de indexering zich verder blijft vertalen in een aantal subsidies, voor een totaal van 4,8 miljoen. 

Van algemene principes naar de realiteit op het terrein

Minister Gennez ziet graag nieuw bloed binnenstromen in cultuur. Daarom koos ze ervoor om niet te besparen op de projectsubsidies binnen de "grote" decreten: kunsten, cultureel erfgoed en sociaal-cultureel volwassenenwerk. Ook op de werkingsmiddelen voor kunstenorganisaties, de 20 collectiebeherende instelling en de intergemeentelijke samenwerkingsverbanden wordt niet bespaard. Want zij wil de "culturele makers zo weinig mogelijk impacteren", zo zegde ze in de Commissie Cultuur. Een eervol principe, maar wat zij juist verstaat onder "culturele makers" blijft vaag en vooral tergend selectief. "Cultuureducatie en cultuurparticipatie beschouwen we als krachtige hefbomen voor een inclusieve samenleving", lezen we in de inleiding van de BBT. Voor minister Gennez is dit waarschijnlijk het belangrijkste beleidsdoel waarop zij wil werken. Dit blijkt nog onvoldoende uit de begroting voor 2026. Ja, er zijn bijvoorbeeld extra middelen voor de UiTPAS, het bestendigen van enkele projectlijnen (de kleine bovenlokale projecten, de innovatieve partnerprojecten,...) en de aankondiging van een nieuw kader voor de samenwerking met Onderwijs en Welzijn. Belangrijk, maar het lijkt er vooralsnog op dat men te slechtziend blijft voor wat er in diverse cultuursectoren op dit vlak wordt gerealiseerd én welke opportuniteiten er voor het grijpen liggen. Voorbeelden? Twee miljoen amateurkunstenaars zijn dé ambassadeurs-van-elke-dag voor een straf, breed én participatief kunstenbeleid, zo blijkt ook uit onderzoek. Onze sectoren bulken van ervaringsdeskundigen en experten in participatie. In juni konden de parlementairen uit de cultuurcommissie hier nog met enkele onder hen over in gesprek gaan tijdens onze inkijkdagMaar, de aangekondigde visietrajecten kunnen hierin misschien soelaas brengen. Want er ligt veel werk op de plank voor 2026.

Visienota's die bakens willen uitzetten

22 keer komt het woord visie voor in de BBT. Want na een eerste vol beleidsjaar in deze legislatuur, wil de minister in 2026 rond een aantal topics bakens uitzetten. Er ligt dus veel werk op de plank voor het kabinet en het departement. De mate waarin men voor de ontwikkeling van deze visienota's ook op zoek zal gaan naar draagvlak in en draagkracht vanuit de sectoren, zal mee bepalen in hoeverre het zal gonzen in het cultuurbeleidslandschap. We overlopen de voornaamste visietrajecten:
  • Horizon 2035: een toekomstcommissie buigt zich op dit moment over vier thema's die de minister belangrijk vindt. Dit moet resulteren in vier thematische rapporten en één eindrapport met beleidsaanbevelingen, die samen een "ambitieuze en toekomstgerichte visie op het Vlaamse cultuurbeleid moeten vormen". Rond de zomer wil zij deze commissie laten landen.
  • Cultuur & Welzijn: in 2026 bouwt zij verder aan de brug tussen deze domeinen en tekent ze een beleid uit dat beide sectoren verbindt. Zij zou hiervoor dialogeren met experten en organisaties. In de BBT staat 700 000 euro gemarkeerd voor deze beleidslijn, maar deze worden toegevoegd aan het budget van Publiq.
  • Cultuur & Onderwijs: er komt een actieplan aan waarin de ministers van Onderwijs en Cultuur een gedeelde beleidsvisie voor de volgende jaren uitrollen. Een volwaardige plek van cultuur in het leertraject van alle kinderen en jongeren is de ambitie.
  • Visienota Cultuur- en Jeugdinfrastructuur: Hiervoor werken de ministers van Cultuur en Jeugd samen. Eén nota met een gedeelde langtermijnvisie op infrastructuur voor cultuur en jeugd, waarin gedeeld ruimtegebruik centraal zal staan, maar bijvoorbeeld ook de noden van kleinere gemeenten en steden. De langetermijnvisie moet uitmonden in een masterplan.
  • Visienota bovenbouw: tegen de zomer van 2026 presenteert de minister een visienota op de culturele bovenbouw. Doel: een "grondige hertekening in het licht van een efficiëntieoefening". Ook deze oefening kan invloed hebben op de nabije en relevante ondersteuning voor onze sectoren.
  • Visienota digitale transformatie: het departement CJM wil fors inzetten op digitale transformatie en ook de minister heeft daar haar ideeën over. Dit zou zeer binnenkort moeten uitmonden in een geactualiseerde visie over hoe de Vlaamse cultuuroverheid hierop wil inzetten.
  • Optimalisatie van subsidieprocessen: zet 15 februari 2027 alvast met stip in de agenda want dan zouden er beleidsaanbevelingen klaar moeten zijn over de beoordelingssystemen met commissiewerkingen. De volgende maanden verzamelt universitair onderzoek eerst hiervoor commissiepraktijken uit binnen- en buitenland. Deze oefening zal invloed (kunnen) hebben op alle sectoren en regelingen.
  • Visienota's Kunsten en Cultureel Erfgoed: In april laat de minister aan deze sectoren weten welke klemtonen zij graag wil leggen bij de volgende beoordelingsrondes in het kader van de decreten.
  • Langetermijnvisie op de lokale vrijetijdsmonitor: het aantal gemeenten dat data aanlevert voor deze monitor neemt toe, aldus de minister. Maar het is en blijft belangrijk om verder te bouwen aan kwaliteitsvol databeheer en ontsluiting van cijfermateriaal. In 2026 gebeurt ook een analyse van de evolutie van de gemeentelijke uitgaven aan cultuur.
  • Bredere visie op de (boven-)lokale bibliotheekwerking: het Vlaams regeerakkoord zag de (boven-)lokale bibliotheek als hedendaags knooppunt voor cultuurparticipatie. Wat dit juist betekent, moet duidelijk worden als deze bredere visie is ontwikkeld.
  • En dan nog: een hervorming van de samenstelling van de SARC zodat zogenaamde onafhankelijke deskundigen een groter aandeel hebben in de samenstelling dan het middenveld (ambitie uit het regeerakkoord), de museale hervorming en visie op collectiebeheer, grondige evaluatie van het circusdecreet, herziening van het decreet sociaal-cultureel volwassenenwerk,...
 

Wie de BBT wil nalezen, kan dit hier terugvinden. De toelicht door de minister in de Commissie Cultuur kan je hier herbekijken en het debat hierover vind je hier.